Meestal worden niet alle regel per decreet bepaald; een decreet kan een delegatie voorzien aan de Vlaamse Regering om op bepaalde punten nadere regels vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van een uitvoeringsbesluit (de officiële naam voor uitvoeringsbesluit is “Besluit van de Vlaamse Regering”).
Voor de uitvoering van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 wordt gewerkt met 2 uitvoeringsbesluiten:
- een uitvoeringsbesluit voor de bepaling van de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het Cultureel-erfgoeddecreet (in uitvoering van het Planlastendecreet).
- een uitvoeringsbesluit voor de verdere uitwerking van de voorwaarden, criteria en procedures van het Cultureel-erfgoeddecreet.
Uitvoeringsbesluit voor de bepaling van de Vlaamse beleidsprioriteiten
Deze beleidsprioriteiten worden bepaald in uitvoering van de subsidiemethodiek die het Planlastendecreet voorziet voor gemeenten en provincies. In het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 kunnen en de provincies en de 5 kunststeden (Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Mechelen) intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteiten voor cultureel erfgoed.
De provincies en de betrokken steden kunnen via hun meerjarenplanning 2014-2019 intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteiten en hiervoor subsidies ontvangen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 houdende de formulering van de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het Cultureel-erfgoeddecreet
Uitvoeringsbesluit voor de verdere uitwerking van de voorwaarden, criteria en procedures
Dit uitvoeringsbesluit voorziet nadere specificaties en procedures voor de verschillende onderdelen van het Cultureel-erfgoeddecreet. Dit is nodig om er voor te zorgen dat het decreet uitgevoerd kan worden.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013 houdende de uitvoering van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012