In het nieuwe Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017 staat voor de allereerste keer een
strategische visienota (PDF)
ingeschreven. Met dit nieuwe instrument legt de minister zijn strategische visie en beleidsaccenten vast voor de ‘grote erfgoedronde’ voor cultureel-erfgoedorganisaties voor de beleidsperiode 2019-2023. De visienota omvat de prioriteiten bij de ondersteuning van musea, culturele archiefinstellingen erfgoedbibliotheken en van cultureel-erfgoedorganisaties en lokale besturen die een dienstverlenende rol opnemen.
Minister Gatz: “De hoofddoelstelling van mijn cultureel-erfgoedbeleid is duurzaam en kwaliteitsvol zorgen voor en omgaan met ons cultureel erfgoed. Zo blijft het betekenis hebben vandaag en kunnen we het ook doorgeven aan de volgende generaties.”
Vier krachtlijnen staan centraal:
-
We versterken de
collecties
in Vlaanderen;
-
We verbinden waar mogelijk ons
roerend
erfgoed (o.a. kunstwerken, manuscripten, werktuigen) en
immaterieel
erfgoed (o.a. tradities, gebruiken, vaardigheden, rituelen);
-
We zetten in op meer
samenwerking
en afstemming gericht op meer slagkracht en minder versnippering in de Vlaamse cultureel-erfgoedsector;
-
We mikken op een brede
participatie
en
diversiteit.
Het cultureel-erfgoedveld in de toekomst
Minister Gatz wil samen met de lokale besturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie een gevarieerde aanwezigheid van cultureel erfgoed in Vlaanderen en Brussel waarborgen.
Cultureel-erfgoedorganisaties, van lokaal tot internationaal niveau, zijn daarbij cruciaal. Ze werken duurzaam en kwaliteitsvol vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het doorgeven van cultureel erfgoed. Collectiegericht denken – in de brede zin – staat centraal.
Het
KMSKA
en het
M HKA
krijgen als Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap met
internationale ambitie
, de omschrijving van cultureel-erfgoedinstelling. Dit betekent dat de lat hoog ligt: de manier waarop ze de cultureel-erfgoedwerking uitvoeren, geldt als voorbeeld voor het hele cultureel-erfgoedveld. Daarbij staan samenwerking en afstemming tussen beide en met een breed netwerk van partners van lokaal tot internationaal niveau centraal. Andere collectie beherende cultureel-erfgoedorganisaties (musea, culturele archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken) kunnen in hun aanvraag hun ambitie kenbaar maken om aangeduid te worden als cultureel-erfgoedinstelling.
Voor de dienstverlenende rollen op landelijk niveau worden in de visienota een aantal thema’s afgebakend die deze legislatuur
prioritair
zijn: agrarisch en industrieel erfgoed, ambachten, heemkunde en familiekunde (lokale geschiedenis en genealogie), erfgoed van alledag, onderwijserfgoed, religieus erfgoed, migratie-erfgoed, kunstenerfgoed met bijzondere aandacht voor beeldende kunstarchieven en kunstenaarsestates (nalatenschap van kunstenaars), architectuur- en vormgevingserfgoed, podiumkunsten en muzikaal erfgoed, erfgoedwerking in het
digitale tijdperk
, promotie van cultureel erfgoed, ondersteuning van erfgoedbibliotheken, private archieven en beeld- en databeleid voor musea.
Met de
projectsubsidies
kiest minister Gatz ervoor om een dynamische cultureel-erfgoedwerking te stimuleren. Projecten met volgende inhoudelijke accenten krijgen voorrang:
- waardering van cultureel erfgoed
- participatie
- samenwerken met andere beleidsdomeinen
- opstap naar een landelijke indeling of aanduiding als cultureel-erfgoedinstelling
- internationale (samen)werking.
In het
uitvoeringsbesluit bij het Cultureel-erfgoeddecreet (PDF)
worden meer gedetailleerde voorwaarden en criteria opgenomen om deze strategische visie en beleidsaccenten in de praktijk te brengen. Dat uitvoeringsbesluit werd vandaag ook voor de eerste keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering.